Waar begin je aan?

Waar begin je aan? In deze rubriek vertellen O.T.V.-ers hoe ze tot hun oldtimerhobby gekomen zijn, en het daarmee gepaard gaande "wel en wee".


Nieuwsbrief nr 3 april- mei 2020

Waarom ik een oldtimer heb, en hoe het begon.

Door: Theo van Otterlo

Pas geleden had ik contact via e-mail met mede bestuursleden van onze O.T.V. Aanleiding daartoe was de bijzondere tijd die we met z’n allen doormaken. Een ding waren we eens er moest weer eens een Nieuwsbrief komen. Maar ja géén ritaankondiging, geen ritverslag, maar wat dan. Iemand opperde het idee om eens te schrijven over jouw oldtimer(s) waar hij vandaan komt en hoe je tot je hobby bent gekomen. Dat was de aanleiding. Dus ging ik eens bij mijzelf te rade en kwam tot het volgende verhaal.

Volvo PV 544 1962

Opgroeiend in Tilburg als zoon van een vader die bij Shell werkte en in zijn vrije tijd veel aan auto’s en motors werkte, was het niet gek dat mijn jongere broer en ik de liefde voor auto’s met de paplepel kregen ingegeven. In die lange straat waar we destijds woonden, stonden zegge en schrijve vijf auto’s. Een Opel Rekord, ‘n Opel Kapitän. Een Ford Consul Mk 1, en een Opel Blitz van een rijschoolhouder en de VW brilkever van onze pa. De motor zelf gerestaureerd en mooi wit gespoten. Nu redelijk bijzonder spul, maar voor mij in die tijd dagelijkse kost. Nee de auto van onze huisarts was bijzonder, hij bezat een Volvo PV 544. Juist ja een “Katterug”, een voor die tijd best dure auto van om en de nabij 11.000 ouwe zilveren guldens. Toentertijd konden alleen artsen, notarissen en zulk soort mensen zich een dergelijk statusblik veroorloven. Telkens als ik hem zag kwam bij mij de gedachte op: ”Als ik nog eens veel geld heb, dan koop ik zo’n auto”.

volvo pv544c 1962Het moet omstreeks mijn vijftigste geweest zijn, toen mijn jongensdroom uiteindelijk uitkwam. Ik had de aanschaf van een Katterug al vaak met mijn vrouw besproken. Echter mijn echtgenote had niet zoveel met automobielen, zolang wij droog zaten en het ding reed was het goed. Maar de aanhouder wint, om maar eens een cliché te gebruiken. Zo’n twintig jaar geleden kocht ik een lichtgrijze Volvo van OTV-lid Frans Bonants. Van onze oldtimervriendenclub had ik toen nog nooit gehoord. Een fijne en goeie auto, vele tochtjes maakte ik ermee, meestal alleen soms samen met Corry. Totdat zij in 2005 plotseling overleed. De PV 544 stond in de stalling en ik dacht er niet meer aan, tot ik een procesverbaal op de deurmat vond voor het feit dat ik de wagen niet APK had laten keuren. In al mijn verdriet van die tijd was mijn eerste reactie: “Het ding gaat eruit”. Een goede vriendin, wiens man lid van de O.T.V. was, opperde het idee voor ik die beslissing zou nemen, dat ik eens moest gaan kijken bij die club in Someren-Eind. Zo gezegd, zo gedaan.O.T.V. Brabant LimburgErgens in de zomer van 2005 ben ik daar op een Praatavond geweest. Mijn eerste indruk was heel erg goed. Een leuke club mensen en gezellig, ik ben meteen lid geworden. Ook zag ik er mensen die ik al kende. Pieter van Hoek had al eens onderhoud aan de Katterug gedaan, Theo Verstappen kende ik van een paar verjaardagfeestjes bij mijn vrienden. En later trof ik ook nog de man uit Smakt die mij de Volvo had verkocht: Frans Bonants. Vanaf het begin heb ik veel Praatavonden bezocht en waar mogelijk ritten mee gereden. Eerst samen met een goede vriendin, en later toen ik mijn huidige vrouw Jeanny leerde kennen, met haar.

Van Volvo naar Lancia Fulvia Berlina.

Ja dat is weer een andere fase in mijn oldtimerhobby. De bijna 20 jaren van toch wel intensief gebruik, en relatief weinig onderhoud waren niet ongemerkt aan de PV544 voorbij gegaan. En na wijs beraad en overleg met OTV-vriend Peter van Gerwen, werd nu één jaar geleden besloten uit te zien naar een andere oldtimer. Opknappen zou lang gaan duren en veel geld kosten. Dus op zoek naar “iets” anders. Wat? Ik had geen idee, ik zou wel zien. Uiteraard veel zoeken op het internet, telefoneren, gaan kijken, tot zelfs in Wolvega. Jeanny speurde naarstig mee, tot op een keer haar oog viel op een lichtblauw Italiaantje. Een Lancia Fulvia 2c Berlina uit 1965.

fulvia 3Toen mijn vader met zijn benzinestation in Oost-Brabant startte reed ik iedere dag samen met hem in een precies dezelfde auto van Tilburg naar de E3 onder Mierlo. Er was een kleurverschil die auto was metallic blauw. Dus bij het zien was ik gelijk “verkocht” en niet de Lancia. La macchina (zeggen de Italianen tegen een auto) stond in Geleen. Hij was nog niet voorzien van een Nederlands kenteken. En de prijs lag toch een heel stuk boven ons budget. Maar na een paar bezoekjes en wat onderhandelen kwamen we tot overeenstemming. Na keuring door de RDW kwam er een kenteken. Sinds het voorjaar van 2019 rijden we met dit te gek Italiaantje. Een waar genoegen, met het pittige motortje (V4), schijfremmen rondom, en erg veel luxe voor die tijd. Ook in deze moeilijke periode komt ze regelmatig van stal, want net als ik heeft zij beweging nodig, want Rust Roest, toch?

Tja, dat was zo’n beetje mijn oldtimerverhaal. Schrijf jij het jouwe ook eens een keer op, in jouw woorden. Stuur het dan met wat foto’s naar onderstaand e-mail adres en we publiceren het in de Nieuwsbrief. Wie gaat de uitdaging aan?

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Nieuwsbrief nummer 3  mei - juni 2020

Een afleiding waar muziek in zat

Door: Peter en Cissie Keijsers

Daar wij fulltime, dus veel meer dan 40 uur per week, in de transportsector werkte zocht ik een afleiding “waar muziek in zat”. En dat werd een Lanz Bulldog gloeikop 25 pk om op te knappen. Toen deze klaar was, kwam er een  1 cilinder Allgaier verdamper bij.

Ransoms Rups TractorOndertussen was ik lid geworden van de HMT om te ploegen in Elsendorp. Onze chauffeur wist nog ‘n één cilinder diesel tractor te staan, een Ransomes Rupstractor te staan, eentje die je met een lont werd gestart, wat denk je? Natuurlijk ook gekocht. Maar dat was allemaal spul voor rond de kerk. Ik zat eigenlijk aan een automobiel te denken. Bij Floris in Heeze zag ik een chassis met achteras van een AA Ford op de schrothoop liggen. Bij navraag bleek die kort daarvoor gesloopt te zijn. De houten cabine, motor en versnellingsbak lag binnen. De carburateur en de radiateur waren er niet bij. De spullen gekocht, en na ongeveer een jaar ben ik gaan knutselen. Een radiateur van een gesloopte FIAT tractor had ik nog liggen en die paste. Ducker in Heeze had nog een carburateur liggen, en ik vond ook nog een laadbak op de sloop.


Ik had de Ford aan het lopen gekregen, maar er waren geen originele papieren meer bij, alhoewel de bumper was voorzien van een oorspronkelijk H-nummer. Dat vond ik niet echt erg omdat ik hem toch als landbouwvoertuig wilde gaan gebruiken.

Inmiddels was ik lid van de OTV geworden, en hun ritten gingen iets verder dan alleen “rond de kerk”. Dus dan maar op zoek naar iets wat meer bruikbaar was bij die club. Er stond in Bergen aan Zee, voor niet al te veel, een Rosengart zonder kenteken te koop. En deze was deels opgeknapt.

RosengartHet Rosengart-je afgebouwd en op kenteken laten zetten. Ondertussen had ik al mijn landbouwvoertuigen verkocht. Dus ik was weer uit geknutseld. Zodoende ging ik weer op zoek, deze keer naar een vrachtwagen. Er stond iets naar mijn gading in Lent, een grote Citroën bestelwagen, het bakmeel van zijn vorige eigenaar een bakker in Frankrijk zat er nog in. Terwijl ik druk was met dit object, heb ik de Rosengart aan een toekomstig OTV-lid verkocht.

Hierna had ik de smaak pas goed te pakken, ik had mijn afleiding waar “muziek in zat”, weliswaar motormuziek natuurlijk. Want nu volgde het ene project het andere op.

De Citroën verkocht, en ondertussen weer in     ’s Hertogenbosch een Ford A Docterscoupé aangeschaft. Toen deze voltooid hem weer in Breda ingeruild voor een Triumph Roadster. Achteraf bleek dat de papieren van dit Engelse vehikel incompleet waren. Ook bleek er een vrij complexe koprevisie noodzakelijk, de klepstelen waren compleet versleten, en werden met een lasprop gemonteerd. Toen naar de RDW, het door mij verzonnen en ingeslagen chassisnummer bleek géén meldcode te hebben, maar gelukkigs was de ambtenaar coulant.

En weer was ik uit geknutseld. Dus op zoek naar een volgende klus.

In Knegsel stond een Volkswagen 1600 Variant inclusief muizennesten in een schuur. Deze werd door mij toonbaar gemaakt en verkocht, omdat het volgende onderneming voor de deur stond een NSU 1000, van deze wilde ik een TT maken, echter de bodem was dermate rot, dat ik daarvan af heb gezien. Die auto is naar een liefhebber van het merk NSU gegaan.

De volgende expeditie door restauratieland, kwam tot stand toen ik met een kennis het Autotron bezocht. Het betrof een Volkswagen 411, volgens mijn metgezel kon ik voor de vraagprijs mezelf geen bult vallen. Gekocht en ik ben ermee gaan rijden, maar het was een dweil om mee te rijden. Dus hij was dan ook geen lang leven beschoren bij ons.

Panhard Z16 Dyna 1958Te meer omdat ik inmiddels een Panhard Z16 uit 1958 met invoerpapieren gekocht. Dit was een hele aangename auto, toch had ik inwendig angst om problemen te krijgen met de torsiestaafveertjes die de kleppen in bedwang hielden. Een techniek die balanceerde tussen genialiteit en gekte. Ter vervanging van de Z 16 Dyna, zat ik aan een busje te denken, een Renault Estafette of zo. Het werd een Dauphine, ook hier was weer opknapwerk aan de winkel, de motor zat vast. Uiteindelijk was het autootje te laag voor ons en moest ook weer het veld ruimen.

In Doetinchem toen proefgereden met een Rover. Toen ik terugkwam wees Cissie, die achtergebleven was in de loods, op een veel mooiere auto die er stond. Het bleek om een Californische Ford Consul Mark 1 te gaan, ingevoerd zonder kenteken uit Canada. De koop werd overeengekomen, op voorwaarde dat er een kenteken op zou komen. Na twee maanden konden we de auto op komen halen en wat bleek: het kenteken moest nog volgen, de elektra was nog incompleet, en het vacuüm van de ruitenwissers was ook een puinhoop. Goede raad was duur, we stonden daar immers met de autoambulance. En na veel wikken en wegen, hebben we de Consul betaald en meegenomen. Och het was immers weer bijna winter, en had ik weer wat te sleutelen. Met de bijna onmisbare ondersteuning van een collega liefhebber ook maar meteen de distributieketting en een aantal keerringen vervangen, want dat was nodig.

Magirus V6Ja en dan vergeet ik nog de Magirus Bolkop met een V6, natuurlijk luchtgekoeld. En de Keable trekker, met een langslag viercilinder diesel en een externe versnellingsbak en oliekoeler. Die ik gekocht heb van oud OTV-lid Wiel Schreurs uit Velden. De Keable trekker had weliswaar een kenteken maar omdat ik hem als landbouwvoertuig ging rijden, heb ik hem geschorst. Hij kon niet sneller dan 50 km/h. En ook die heb ik uiteindelijk weer van de hand gedaan.

Tenslotte, ik zal best iets vergeten zijn wat dit is het relaas van méér dan een paar jaren.

Peter en Cissie Keijsers

 

 

 


Nieuwsbrief nummer 5 december 2020

Ik en mijn Oldtimer (Berliet Limousine 1935) zijn dikke vrienden.

Door: Ger Roijers

Ik en mijn Oldtimer (een Berliet 944 Limousine uit 1935) zijn dikke vrienden.

Eerst maar eens vertellen hoe ik er aan gekomen ben.

Ik heb van kind af aan een voorliefde gehad voor oldtimers en vintage spullen. Niet dat ik er veel van heb maar toch leuke om naar te kijken en van te genieten. Denk niet alleen aan oude auto’s maar ook motoren en brommers maar ook het schrobbord of het snijmachine voor het beleg e.d. Het is gewoon mooi en vaak simpel uitgevoerd en het werkt. Waar mijn liefde naar uitging in die tijd was een Ford mustang cabriolet met een flinke dosis paardenkracht, een flinke sterke motor dus. Maar ja hoe kom je eraan. Die dingen zijn stervensduur, hoe ga ik dat bij elkaar krijgen? Flink sparen zei mijn moeder dan kunde er een kopen maar daar moet je wel wat voor doen.

Hè, en ik heb ‘m nog niet hè.
Nou ja eigenlijk wel maar dan met iets minder PK. Het is uiteindelijk een Berliet 944 limousine uit 1935 geworden. Een 9Pk 4 cilinder en 4 schakelmogelijkheden. Maar hij moet nog wel ff gerestaureerd worden. Zit nog wel wat werk aan. Hoe ik er aan gekomen ben? Nou dat zal ik jullie is vertellen.

Februari 2019 op een gewone doordeweekse werkdag

Ik zat met mijn collega Rinus over auto’s te praten en ik vertelde dat ik graag een Ford Mustang cabriolet zou willen maar dan wel een Amerikaan. (op z’n Brabants)
Rinus: Ach jongen daar moet je niet aan beginnen.
Ger: Ik zeg waarom niet?
Rinus: Veel te duur in aanschaf en onderhoud. Maar gij wilt een oldtimer, dan heb ik voor jou een mooie oldtimer staan.
Ger: Gij wel?
Rinus: Ik wel.
Ger: Ik vraag wa vur iets?
Rinus: een Berliet.
Ger: Da ken ik niet.
Rinus: Da is een Franse auto van vur dun oorlog. Ik meen 1935.
Ger: O moet er veul an gedan worden.
Rinus: Nee, nou ja een bietje wel, het houtwerk en de stoelen en de binnen bekleding en een keer over spuiten en ge kent rijen.
Ger: Dan makt mar is wa foto’s die wil ik dan wel eens zien.

berliet 944 limosine 1 300

berliet 944 limosine 3 300berliet 944 limosine 6 300

Nou goed de volgende dag kom ik op het werk en jawel wat denk je, foto’s.
Jawel van de Berliet 944 limousine uit 1935.
Ger: O die ziet er nog goed uit. (mmm van de buitenkant)
Van binnen moet er wel heel veel gedaan worden maar goed dat kan ik veel zelf doen en het is niet voor niets een oldtimer.
Na lang praten een afspraak gemaakt om te gaan kijken.

Mijn zoon Thomas ging ook mee want ook hij is een auto liefhebber. De auto bekeken en tot een prijsovereenstemming gekomen. Nu het geld nog???

Gelukkig hebben we een erfenis mogen ontvangen en daarmee was de koop rond.
Wat moet eraan gebeuren?
Hij moet van binnen en van buiten goed op orde gemaakt worden.Dat houdt in dat het gehele koetswerk eraf moet om binnen in het houtwerk te kunnen vervangen. Dan het onderstel borstelen en in de Bronco Chorux zetten (een soort tectyl maar dan anders. Er zit een soort lak in waardoor je het gelijk kunt afwerken.)

Motor loopt netjes maar kan wel nog wat aandacht gebruiken. Ik ga deze spoelen en dan opnieuw afvullen maar niet uit elkaar halen. Dit op advies van diverse personen die ik hierover al heb gesproken. Verder moet het interieur volledig worden hersteld, schakelaars e.d. en het dak zal vervangen moeten worden. Daar komt vermoedelijk een roldak in wat niet origineel is.

Ik ga de auto ook niet origineel houden maar aanpassen aan mijn persoonlijke voorkeur. De auto heeft voor mij een emotionele waarde en dat is niet in geld uit te drukken. Zal dus ook niet te koop worden aangeboden.

Wel hoop ik dat ik veel bij de club te weten te komen voor wat betreft onderdelen van bijvoorbeeld Citroen Traction en Renault uit die tijd omdat er veel dezelfde schakelaars worden gebruikt e.d. Deze hebben in de periode net voor de oorlog Berliet overgenomen en de materialen die ze gebruikt hebben komen veelal overeen.

Alvast dank daarvoor.

Berliet heeft in de periode van 1930 tot ongeveer 1937 werkzaam automobielen gebouwd. Na die periode zijn ze overgegaan op vrachtwagens en bussen en hebben ze zich meer en meer op het transport gericht.

Overigens ben ik ook in het bezit van de originele uitgiften papieren van de Berliet die ik nu aan het herstellen ben. De Berliet foundation heeft me daarbij geholpen en daar heb ik al regelmatig contact mee gehad.
Voor wie nieuwsgierig is geworden kom gerust eens kijken en wellicht heb je nog advies of tips voor mij. Koffie zetten we, vers gebak moet je zelf meebrengen.

Ik hoop mijn trots komend jaar rijdende te hebben zodat ook ik met de ritten mee kan gaan doen en dat we samen gezond en wel kunnen genieten van onze mooie hobby.

Graag tot ziens op de praatavond en andere activiteiten:

Ger Roijers.

06-12545400